AI in het onderwijs

Verantwoord omgaan met kunstmatige intelligentie

Kunstmatige intelligentie, vaak AI genoemd, wordt steeds meer gebruikt. Leerlingen kunnen AI tegenkomen bij zoeken, schrijven, vertalen, samenvatten of het maken van ideeën. Daarom is het belangrijk dat zij leren wat AI wel en niet kan.

AI kan helpen, maar neemt het denken niet over. Leerlingen moeten leren controleren of informatie klopt, zelf blijven nadenken en begrijpen dat een antwoord van AI niet automatisch juist is.

Bij digitale vaardigheden hoort daarom ook aandacht voor verantwoord AI-gebruik. Niet verbieden uit angst, maar leren hoe je er verstandig mee omgaat.

AI als hulpmiddel

AI kan helpen bij het bedenken van vragen, het ordenen van ideeën of het uitleggen van moeilijke woorden. Maar leerlingen moeten leren dat zij zelf verantwoordelijk blijven voor hun werk.

Een werkstuk volledig door AI laten maken is niet hetzelfde als leren. De leerling moet begrijpen, kiezen, controleren en zelf formuleren.

Controleren

AI-antwoorden kunnen fouten bevatten en moeten worden nagekeken.

Zelf nadenken

AI is een hulpmiddel, geen vervanging voor eigen inzicht.

Eerlijk werken

Leerlingen moeten begrijpen wat wel en niet eerlijk gebruik is.

AI en taalvaardigheid

AI kan taal ondersteunen, maar taalvaardigheid blijft belangrijk. Wie zelf goed kan lezen, schrijven, typen en tekstverwerken, kan AI beter beoordelen en verstandiger gebruiken.

Daarom past AI binnen digitale vaardigheden, maar altijd samen met kritisch denken, taal en eigen verantwoordelijkheid.

← Terug naar Digitale vaardigheden