Digitaal Nederlands voor anderstaligen
Digitale vaardigheden voor anderstaligen
Zelfstandig en veilig werken met computer, tablet en internet
Digitale vaardigheden zijn nodig voor school, werk, overheid, zorg en dagelijkse communicatie. Veel informatie, formulieren en afspraken zijn alleen nog digitaal beschikbaar.
Voor anderstaligen is dit soms extra moeilijk. Zij moeten niet alleen leren hoe een computer of tablet werkt, maar ook Nederlandse knoppen, meldingen en instructies begrijpen.
Computer gebruiken
Werken met muis, toetsenbord, vensters en programma’s.
Internet gebruiken
Informatie zoeken en betrouwbare websites herkennen.
Veilig werken
Wachtwoorden, apparaten en persoonlijke gegevens beschermen.
Wat zijn digitale vaardigheden?
Digitale vaardigheden zijn alle handelingen die nodig zijn om met digitale apparaten, programma’s en informatie te werken.
Daaronder vallen bijvoorbeeld:
- een computer, laptop of tablet aanzetten;
- werken met een muis en toetsenbord;
- programma’s openen en sluiten;
- informatie zoeken op internet;
- een e-mail lezen en versturen;
- een document maken en opslaan;
- een digitaal formulier invullen;
- veilig omgaan met wachtwoorden en persoonsgegevens.
De basis van computergebruik
Een cursist leert eerst de belangrijkste onderdelen van een computer herkennen en gebruiken.
Muis
Aanwijzen, klikken, dubbelklikken, slepen en scrollen.
Toetsenbord
Letters, cijfers, hoofdletters, spaties en leestekens typen.
Bureaublad
Programma’s, mappen en bestanden herkennen.
Vensters
Openen, verkleinen, vergroten, verplaatsen en sluiten.
Nederlandse woorden op het scherm
Op computers, tablets en websites komen steeds dezelfde woorden voor. Het herkennen van deze woorden maakt digitaal werken gemakkelijker.
Een bestand, map of programma zichtbaar maken.
Een bestand bewaren op de computer of in een online omgeving.
Een bestand of bericht weghalen.
Stoppen zonder de handeling uit te voeren.
Aangeven dat een keuze of handeling klopt.
Een bericht, formulier of bestand versturen.
Een bestand van internet naar het apparaat halen.
Een bestand vanaf het apparaat naar een website sturen.
Bestanden en mappen beheren
Veel cursisten kunnen een document maken, maar vinden het daarna niet meer terug. Daarom is bestandsbeheer een belangrijk onderdeel van digitale vaardigheid.
Belangrijke handelingen zijn:
- een nieuwe map maken;
- een bestand een duidelijke naam geven;
- een bestand op de juiste plaats opslaan;
- een opgeslagen document terugvinden;
- een bestand openen en wijzigen;
- een bestand kopiëren of verplaatsen;
- een document als pdf opslaan;
- een verkeerd bestand verwijderen.
Gebruik duidelijke bestandsnamen
Een bestandsnaam moet duidelijk maken wat er in het document staat en van wie het bestand is.
Duidelijk: CV-Samira-Ali-2026.pdf
Minder duidelijk: document1.pdf
Door een jaartal, naam en onderwerp te gebruiken, is een bestand later gemakkelijker terug te vinden.
Informatie zoeken op internet
Een goede zoekopdracht bestaat uit enkele duidelijke woorden. Een lange volledige vraag is niet altijd nodig.
Voorbeeld:
In plaats van:
Waar kan ik in mijn woonplaats een afspraak maken voor het verlengen van mijn paspoort?
Zoeken op: paspoort verlengen gemeente Denekamp
Bekijk daarna zorgvuldig welk zoekresultaat van de officiële organisatie afkomstig is.
Is een website betrouwbaar?
Niet iedere website bevat juiste of actuele informatie. Controleer daarom meerdere onderdelen.
- Naam: van welke organisatie is de website?
- Webadres: past het adres bij de organisatie?
- Datum: is de informatie nog actueel?
- Contactgegevens: staat duidelijk vermeld wie verantwoordelijk is?
- Taal en vormgeving: ziet de website er professioneel en logisch uit?
- Doel: geeft de website informatie of probeert deze vooral iets te verkopen?
Werken met een internetbrowser
Een browser is een programma waarmee websites worden geopend. De cursist leert onder andere:
- een webadres invoeren;
- een nieuw tabblad openen;
- teruggaan naar een vorige pagina;
- een pagina vernieuwen;
- in- en uitzoomen;
- een website als favoriet opslaan;
- een bestand downloaden;
- ongewenste tabbladen sluiten.
E-mail als digitale basisvaardigheid
Een e-mailadres is nodig voor veel digitale diensten. De cursist leert bijvoorbeeld:
- een ontvangen e-mail openen;
- de afzender en het onderwerp controleren;
- een antwoord schrijven;
- een nieuwe e-mail versturen;
- een bijlage openen en opslaan;
- een bestand toevoegen;
- ongewenste e-mails herkennen;
- belangrijke berichten bewaren.
Veilig omgaan met wachtwoorden
Een wachtwoord beschermt persoonlijke gegevens en accounts. Gebruik daarom niet overal hetzelfde wachtwoord.
- gebruik een lang en moeilijk te raden wachtwoord;
- gebruik voor belangrijke accounts verschillende wachtwoorden;
- deel wachtwoorden niet via e-mail of berichtenapps;
- bewaar wachtwoorden niet zichtbaar naast de computer;
- gebruik waar mogelijk extra inlogbeveiliging;
- verander een wachtwoord wanneer misbruik wordt vermoed;
- log uit op gedeelde apparaten.
Verdachte berichten herkennen
Criminelen proberen via e-mail, sms, sociale media en nepwebsites persoonlijke gegevens of geld te verkrijgen.
Let vooral op:
- onverwachte verzoeken om snel te betalen;
- dreigende berichten over blokkering of boetes;
- vragen om een wachtwoord of inlogcode;
- vreemde links en webadressen;
- onbekende bijlagen;
- prijzen of aanbiedingen die te mooi lijken om waar te zijn.
Twijfelt u? Klik niet en vraag eerst hulp.
Persoonlijke gegevens beschermen
Persoonlijke gegevens zijn bijvoorbeeld naam, adres, geboortedatum, bankrekeningnummer, burgerservicenummer en medische informatie.
Deel zulke gegevens alleen wanneer:
- duidelijk is welke organisatie de gegevens vraagt;
- de gegevens echt nodig zijn;
- de website of het formulier betrouwbaar is;
- bekend is waarvoor de informatie wordt gebruikt;
- de gegevens via een veilige verbinding worden verstuurd.
Wat doet u wanneer iets niet werkt?
Een foutmelding betekent niet direct dat alles is mislukt. Werk rustig en stap voor stap.
- lees de melding helemaal;
- controleer of alle verplichte velden zijn ingevuld;
- controleer de internetverbinding;
- probeer de vorige stap opnieuw;
- sluit het programma en open het opnieuw;
- maak eventueel een schermafbeelding van de foutmelding;
- vraag hulp zonder wachtwoorden of codes te delen.
Smartphone en tablet
Veel digitale handelingen worden uitgevoerd op een smartphone of tablet. Daarbij zijn andere bewegingen nodig dan bij een computer.
- tikken om iets te openen;
- vegen om door een pagina te bewegen;
- met twee vingers vergroten of verkleinen;
- een app openen en sluiten;
- meldingen bekijken;
- een foto of document toevoegen;
- wifi en mobiele gegevens herkennen;
- de schermvergrendeling gebruiken.
Houd apparaten en programma’s actueel
Updates kunnen beveiligingsproblemen oplossen en programma’s beter laten werken.
Installeer updates via de normale instellingen van het apparaat of via de officiële appwinkel. Klik niet zomaar op een onverwachte melding op een website.
Praktische oefeningen tijdens de cursus
Deelnemers oefenen met herkenbare digitale handelingen.
- een programma openen en sluiten;
- een map maken;
- een document opslaan en terugvinden;
- informatie zoeken op internet;
- een betrouwbare website herkennen;
- een e-mail versturen;
- een bestand downloaden en uploaden;
- een foutmelding lezen en oplossen;
- een verdacht bericht herkennen.
Klassikaal oefenen op locatie
Digitale vaardigheden worden het beste geleerd door zelf te oefenen. Tijdens de klassikale cursus voert iedere deelnemer de handelingen zoveel mogelijk zelfstandig uit.
De docent geeft uitleg, helpt bij problemen en herhaalt belangrijke stappen. Taal en computergebruik worden daarbij gecombineerd.
De lessen kunnen op locatie worden verzorgd bij cultuurhuizen, taalhuizen, bibliotheken, buurthuizen, scholen, ROC’s, gemeenten, werkgevers en andere organisaties in de oostelijke provincies.
Afgestemd op het niveau van de groep
Niet iedere deelnemer begint op hetzelfde niveau. De één heeft nog nooit met een computer gewerkt, terwijl een ander al berichten verstuurt maar moeite heeft met bestanden en formulieren.
Daarom kunnen inhoud, tempo en oefeningen worden afgestemd op de ervaring, taalvaardigheid en praktische leerdoelen van de groep.
Het doel: meer zelfstandigheid
Het doel is niet dat deelnemers iedere knop uit het hoofd kennen. Belangrijker is dat zij leren kijken, lezen, proberen en controleren.
Een digitaal vaardige deelnemer kan:
- een eenvoudige digitale taak zelfstandig starten;
- herkennen welke informatie nodig is;
- een foutmelding rustig lezen;
- gegevens controleren voordat iets wordt verzonden;
- veilig omgaan met persoonlijke informatie;
- op tijd passende hulp vragen.
Veelgestelde vragen
Is ervaring met een computer nodig?
Nee. De cursus kan beginnen bij de basis, zoals het gebruik van een muis, toetsenbord en programma’s.
Wordt ook met een smartphone of tablet geoefend?
Dat kan, wanneer dit past bij de leerdoelen van de groep en vooraf met de organisatie is afgesproken.
Is een hoog niveau Nederlands nodig?
Nee. De uitleg, woorden en opdrachten kunnen worden aangepast aan het taalniveau van de deelnemers.
Wordt met persoonlijke wachtwoorden en accounts geoefend?
Bij voorkeur wordt eerst gewerkt met oefensituaties. Wanneer een deelnemer een persoonlijk account gebruikt, voert hij of zij de inloggegevens zelf en afgeschermd in.
Kan de cursus worden aangepast aan een specifieke doelgroep?
Ja. De oefeningen kunnen bijvoorbeeld worden afgestemd op dagelijks leven, onderwijs, werk, overheid of communicatie.
Kan onze organisatie deze cursus laten verzorgen?
Ja. De inhoud, groepsgrootte, apparatuur, locatie en leerdoelen worden vooraf samen besproken.
Digitale vaardigheden oefenen op uw locatie
Wilt u anderstaligen helpen om zelfstandiger en veiliger met computers, internet, bestanden en digitale communicatie te werken? Bespreek dan vrijblijvend met CSDenekamp de mogelijkheden voor een klassikale cursus.
Vraag informatie aan