Afbeeldingen invoegen

Beelden gebruiken zonder dat het document rommelig wordt

Afbeeldingen kunnen een document duidelijker en aantrekkelijker maken. Bij een werkstuk, verslag of opdracht kan een afbeelding helpen om informatie beter uit te leggen. Maar afbeeldingen moeten wel goed geplaatst worden.

Leerlingen leren hoe ze afbeeldingen invoegen, vergroten, verkleinen en op de juiste plek zetten. Ze leren ook dat een afbeelding iets moet toevoegen aan de tekst. Een document met te veel plaatjes wordt snel druk en onoverzichtelijk.

Goed omgaan met afbeeldingen is daarom een belangrijk onderdeel van tekstverwerken. Het gaat niet alleen om invoegen, maar ook om kiezen, plaatsen en netjes combineren met tekst.

Waar moet je op letten?

Een afbeelding moet passen bij het onderwerp. Daarnaast moet de afbeelding duidelijk genoeg zijn en niet te groot of te klein worden geplaatst. Ook is het belangrijk dat tekst en afbeelding elkaar niet verdringen.

Leerlingen leren dat witruimte belangrijk is. Een afbeelding vlak tegen de tekst aan maakt het document vaak rommelig. Met een rustige plaatsing wordt het geheel beter leesbaar.

Passend beeld

Een afbeelding moet iets toevoegen aan de inhoud.

Goede plaatsing

Afbeeldingen moeten netjes tussen of naast tekst staan.

Niet te druk

Te veel afbeeldingen maken een document minder overzichtelijk.

Afbeeldingen en brongebruik

Bij oudere leerlingen kan ook aandacht worden besteed aan het gebruik van bronnen. Niet elke afbeelding mag zomaar gebruikt worden. Het is goed dat leerlingen leren dat afbeeldingen van internet niet automatisch vrij te gebruiken zijn.

Voor schoolwerk is het belangrijk dat leerlingen zorgvuldig omgaan met beeldmateriaal en begrijpen waarom bronvermelding soms nodig is.

← Terug naar Tekstverwerken